Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Algemeen METIBLO moet zeer traag geïnjecteerd worden, over een periode van 5 minuten, om te vermijden dat hoge lokale concentraties van methylthioniniumchloride de methemoglobinemie verergeren. Als er teveel wordt toegediend, meer dan 4 mg/kg, kan methylthioniniumchloride een hemolyse veroorzaken. In dit geval moet de behandeling stopgezet worden. Het geeft urine en ontlasting een blauwgroene kleur, en de huid een blauwe kleur, hetgeen een belemmering kan vormen voor de diagnostisering van cyanose. Bij patiënten met door aniline veroorzaakte methemoglobinemie kunnen herhaalde doses methylthioniniumchloride nodig zijn. Voorzichtigheid is geboden in de kuur met methylthioniniumchloride omdat dit de vorming van heinzlichamen en hemolytische anemie kan doen toenemen. Daarom moeten lagere doses overwogen worden en mag de cumulatieve dosis niet hoger zijn dan 4 mg/kg. Methylthioniniumchloride kan de door dapson geïnduceerde hemolytische anemie verergeren vanwege de vorming van de reactieve metaboliet van dapson, hydroxylamine, die hemoglobine oxideert. Aanbevolen wordt om een cumulatieve dosis van 4 mg/kg voor de kuur niet te overschrijden bij patiënten met door dapson geïnduceerde methemoglobinemie. In gevallen van vermoede methemoglobinemie is het raadzaam om de zuurstofverzadiging met behulp van co-oximetrie te controleren, omdat pulsoximetrie tijdens toediening van methylthioniniumchloride een verkeerde schatting van de zuurstofverzadiging kan opleveren. Tijdens en na behandeling met methylthioniniumchloride moeten het electrocardiogram (ECG) en de bloeddruk gecontroleerd worden, omdat hypotensie en hartaritmie mogelijke bijwerkingen zijn (zie rubriek 4.8). Het niet reageren op methylthioniniumchloride duidt op cytochroom-b5-reductasedeficiëntie, glucose-6-fosfaatdehydrogenasedeficiëntie of sulfhemoglobinemie. Alternatieve behandelingen moeten worden overwogen. Methylthioniniumchloride kan ernstig of fataal serotoninesyndroom veroorzaken wanneer het in combinatie met serotonerge middelen wordt gebruikt. Vermijd gelijktijdig gebruik van methylthioniniumchloride met selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's), serotonine-norepinefrineheropnameremmers (SNRI's) en monoamineoxidaseremmers (zie rubriek 4.5). Patiënten die behandeld worden met methylthioniniumchloride in combinatie met serotonerge middelen dienen te worden gecontroleerd op het optreden van serotoninesyndroom. Als er symptomen van serotoninesyndroom optreden, stop dan met het gebruik van methylthioniniumchloride en start een ondersteunende behandeling. Patiënten met hyperglykemie of diabetes mellitus Bij verdunning in glucoseoplossing van 50mg/ml (5%) voor injectie moet methylthioniniumchloride met voorzorg worden gebruikt bij patiënten met hyperglykemie of diabetes mellitus, omdat deze aandoeningen door de glucoseoplossing kunnen verergeren. Fotosensitiviteit Methylthioniniumchloride kan een cutane fotosensitiviteitsreactie veroorzaken bij blootstelling aan sterke lichtbronnen, zoals fototherapie, lampen in operatiekamers, of plaatselijk, door licht uitzendende apparaten zoals pulse-oxymeters. Adviseer patiënten om beschermende maatregelen te treffen tegen blootstelling aan licht. Pediatrische patiënten Uiterste voorzichtigheid is geboden bij toediening van methylthioniniumchloride aan pasgeborenen en zuigelingen jonger dan 3 maanden vanwege, in deze jonge patiënten, de lagere concentraties NADPH-methemoglobinereductase voor de reductie van methemoglobine naar hemoglobine, waardoor deze patiënten gevoeliger zijn voor methemoglobinemie veroorzaakt door hoge dosissen methylthioniniumchloride.
METIBLO wordt aan u toegediend ter behandeling van stoornissen in uw bloed als gevolg van blootstelling aan bepaalde geneesmiddelen of chemicaliën die een ziekte genaamd methemoglobinemie kunnen veroorzaken.
Bij methemoglobinemie bevat uw bloed te veel methemoglobine (een afwijkende vorm van hemoglobine die niet goed zuurstof door uw lichaam kan vervoeren). Dit geneesmiddel helpt bij het herstel van uw normale hemoglobinespiegel en van het vervoer van zuurstof in het bloed.
METIBLO kan ook gebruikt worden als een traceerkleurstof voor diagnostiek, vooral tijdens een endoscopisch onderzoek om sommige weefsels op te sporen (onderzoek van fistels).
Welke stoffen zitten er in METIBLO? De werkzame stof is methylthioniniumchloride (methyleen blauw). Elke ampul van 1ml bevat 10mg methylthioniniumchloride. Elke ampul van 5ml bevat 50mg methylthioniniumchloride. De andere stoffen (hulpstoffen) zijn watervrij glucose 50mg/ml, zoutzuur en water voor injecties.
U mag METIBLO niet gelijktijdig toegediend krijgen met bepaalde geneesmiddelen tegen depressie of angst die een stof in de hersenen genaamd serotonine beïnvloeden. Bij gebruik in combinatie met deze geneesmiddelen kan methylthioniniumchloride serotoninesyndroom veroorzaken, dat soms levensbedreigend kan zijn. Zulke geneesmiddelen zijn onder andere: Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's), zoals citalopram, escitalopram, fluoxetine,
fluvoxamine, paroxetine, sertraline en zimelidine. Bupropion. Buspiron. Clomipramine. Mirtazapine. Venlafaxine. Monoamineoxidaseremmers (MAOremmer).
Niettemin, als de toediening van METIBLO niet kan vermeden worden, moet u de laagst mogelijke dosis krijgen en tot 4 uur na toediening nauwlettend bewaakt worden.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
Deze bijwerkingen zijn gelijk bij volwassenen en kinderen, behalve dat geelzucht alleen bij zuigelingen is waargenomen.
Zeer vaak voorkomende bijwerkingen (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers): - Abnormale smaak in mond. - Doof gevoel en tinteling. - Pijn in extremiteit.
Vaak voorkomende bijwerkingen (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers): - Injectieplaatspijn.
Niet bekend (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): - Serotoninesyndroom wanneer methylthioniniumchloride met bepaalde geneesmiddelen voor de bewerking van depressie of angst is gebruikt, zie rubriek 2. - Hoge of lage bloeddruk. - Onregelmatige hartslag, inclusief een abnormaal langzame of snelle hartslag. - Ernstige allergische reacties (zogenaamde anafylactische reactie waardoor uw keel of gezicht kan opzwellen en u moeite met ademhalen of ernstige huiduitslag kunt krijgen). - Verhoogd gehalte methemoglobine (een afwijkende vorm van hemoglobine in het bloed). - Blauwe of groene urine. - Gekleurde ontlasting: deze kan groen of blauw worden. - Kleuring van de huid: uw huid kan blauw kleuren. - Misselijkheid en braken. - Buikpijn. - Pijn op de borst. - Hoofdpijn. - Duizeligheid. - Verwarring. - Angst. - Beven. - Zweten. - Kortademigheid. - Verlaagd gehalte aan hemoglobine (eiwit in rode bloedcellen die zuurstof in het bloed vervoeren) kan tijdens bloedonderzoek aan het licht komen. - Verminderd aantal rode bloedcellen, waardoor uw huid bleek wordt en u kortademig en zwak wordt. - Plaatselijke weefselschade op de injectieplaats. - Geelzucht (geelkleuring van de huid en ogen), dit is alleen waargenomen bij zuigelingen. - Spraakproblemen. - Onrust. - Zuurstofgebrek. - Netelroos. - Koorts. - Verwijde pupillen. - Verhoogde gevoeligheid van uw huid voor licht (fotosensitiviteit).
Wanneer mag u METIBLO niet gebruiken? U bent allergisch voor methylthioniniumchloride, voor andere thiazinekleurstoffen of voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter. Als uw lichaam niet genoeg van het enzym glucose-6-fosfaatdehydrogenase (G6PD) aanmaakt. Als uw bloedstoornis door chloraatvergiftiging is veroorzaakt. Als uw bloedstoornis is veroorzaakt door nitriet tijdens de behandeling van cyanidevergiftiging. Als uw lichaam niet genoeg van het enzym nicotinamide-adenine-dinucleotidefosfaat (NADPH)-reductase aanmaakt.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Het gebruik van METIBLO tijdens de zwangerschap wordt niet aanbevolen tenzij het duidelijk nodig is, bijvoorbeeld met een methemoglobinemie in een levensbedreigende situatie. Omdat niet helemaal bekend is of methylthioniniumchloride in de moedermelk terechtkomt, moet de borstvoeding tot 8 dagen na toediening van dit geneesmiddel worden gestaakt. Methylthioniniumchloride vermindert de beweeglijkheid van menselijke spermatozoïden op een dosisafhankelijke wijze.
Uw arts zal dit geneesmiddel heel langzaam in een ader (intraveneus gebruik) gedurende 5 minuten injecteren.
METIBLO bevat 50mg/ml (5%) glucose om de oplossing isotoon te maken.
Oplossing voor eenmalig gebruik. De oplossing onmiddellijk na het openen van de ampul of verdunning gebruiken. Indien nodig kan METIBLO zoals het is worden toegediend of in een glucoseoplossing van 50mg/ml (5%) voor injectie worden verdund. Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met een 0,9mg/ml natriumchloride (0,9%) oplossing voor injectie, want er werd aangetoond dat de chloriden de oplosbaarheid van methylthioniniumchloride verminderen.
Om methemoglobinemie te verzorgen Volwassenen, adolescenten, kinderen ouder dan 3 maand en bejaarden: De geadviseerde dosering is 1 tot 2mg/kg lichaamsgewicht, hetzij 0,1 tot 0,2ml/kg, toegediend over een periode van 5 minuten. Een tweede dosis kan indien nodig een uur later toegediend worden. De maximale gecumuleerde dosis van de behandeling bedraagt 7mg/kg. Als uw bloedstoornis te wijten is aan aniline of aan dapsone, mag de totale gecumuleerde dosis niet hoger zijn dan 4mg/kg (zie rubriek 2). Doorgaans duurt de behandeling niet langer dan één dag.
Zuigelingen in de leeftijd van 3 maanden of jonger: De geadviseerde dosering is is 0,3 tot 0,5mg/kg lichaamsgewicht, d.w.z. 0,03 tot 0,05ml/kg gedurende 5 minuten. Bij aanhoudende of terugkerende symptomen kan na één uur een herhalingsdosis (0,3 tot 0,5mg/kg lichaamsgewicht, d.w.z. 0,03 tot 0,05ml/kg) worden toegediend. Doorgaans duurt een behandeling niet langer dan één dag.
Als diagnostisch middel De dosis in situ hangt af van de lokalisatie van de te traceren, te diagnosticeren of te opereren organen.
| CNK | 3345758 |
|---|---|
| Merken | Sterop |
| Breedte | 119 mm |
| Lengte | 145 mm |
| Diepte | 83 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |